Reisverslag Tanzania 2002
Tekst: Jantine Ronde; fotos van diverse groepsleden
In juli 2002 organiseerde het Missionair Team een reis naar Tanzania, naar de steden Same en Arusha. Ik las over deze reis in het blad van Missie en Jongeren en besloot om de informatiebijeenkomst te bezoeken, die in december 2001 gehouden werd. De bijeenkomst was erg goed bezocht en met in mijn achterhoofd het maximum aantal deelnemers gaf ik me meteen maar op voor het eerste voorbereidingsweekend. Pas daarna hoefde je je definitief op te geven voor de reis, dus dat was een mooie gelegenheid om de rest van de mogelijke groep te leren kennen en er dan wel of niet voor te gaan!
Het eerste weekend in Kasteel Gemert was meteen een groot succes. Het klikte onderling erg goed tussen de 9 deelnemers (en met Mariëlle Beusmans en Frans Wijnen, die de reis begeleidden) en met veel plezier keek ik dan ook uit naar de overige weekends. Veelal waren het behoorlijke volle, maar bijzonder interessante weekends.
En toen ineens was het 1 juli en vertrokken we daadwerkelijk naar Tanzania! Na een mooie vliegreis over de Sahara, met zicht op de Nijl, kwamen we s avonds aan op Kilimanjaro Airport, waar we werden opgewacht door mensen van het bisdom Same. Zij brachten ons naar het hostel, waar we de eerste week verbleven.
De volgende morgen kwam de eerste echte indruk van Tanzania, (in het donker krijg je er niet zo heel veel van mee) met het gevoel dat je alsmaar rondloopt in een documentaire of zo. De beelden die je om je heen ziet zijn ergens vertrouwd, maar ook heel nieuw. Een vreemd gevoel en het duurt dan ook even voor je echt aankomt is mijn ervaring.

De eerste dagen waren vooral gericht op kennismaking met Same, het bisdom, de verschillende velden waarin men vanuit het bisdom werkzaam is (gezondheidszorg, voedsel, scholen). Donderdag zaten we meteen al 3,5 uur in de kerk, vanwege de wijding van 3 priesters. Onze eerste kennismaking met Afrikaanse liturgie! Ik moet zeggen dat ik me geen moment verveeld heb, ondanks het feit dat ik weinig begreep van wat er verteld werd. De rituelen en de symboliek spraken voor zichzelf! Bovendien ging het er behoorlijk swingend aan toe.

Op zaterdag gingen we uiteen in gastgezinnen, naar verschillende dorpen in de omgeving van Same. Ikzelf vertrok met Hanneke Bogers naar Bwambo, een dorp hoog in de bergen, 2 uur rijden van Same. Hoewel we het verst weg gingen vertrokken we uiteindelijk als laatsten, pas om 22.45 uur! Ja, ook dat is Afrika: wachten
Zo kwamen we dan ook pas tegen 1 uur s nachts op de plaats van bestemming, de missiepost van Bwambo. Erg donker zonder elektrisch licht!
 
De volgende morgen om half 7 stonden we echter alweer klaar om met de pastoor mee te gaan naar de buitenposten van de missie, om de mis op te dragen, het was immers zondag. Bij daglicht keken we met verbazing naar de weg waar we de avond tevoren over naar boven gereden waren. Complimenten voor de chauffeur, die ons in het donker veilig boven heeft gebracht!
Hoewel we overnachtten op de missiepost brachten we onze dagen door bij een familie uit het dorp. Uit dit gezin zijn twee dochters met Nederlandse mannen getrouwd en daarom dacht de pastoor dat het misschien leuk zou zijn als een van hun andere dochters ons zou rondleiden. Odilia sprak goed Engels en zelfs een beetje Nederlands! Haar broer, Kay, was ook met vakantie bij zijn ouders en met zijn vieren hebben we heel veel tijd doorgebracht.

We gingen bij diverse mensen op visite, bezochten het ziekenhuis en de school en deden mee met dagelijkse dingen als koffiebonen plukken. Het klikte enorm goed en het waren dan ook heel bijzondere dagen. Met pijn in ons hart vertrokken we vrijdags weer naar Same.

Vervolgens stond ons weer een cultuurshock te wachten: de overgang van Same naar Arusha! Same is een stadje met onverharde wegen en kleine huisjes, vriendelijke mensen, rustig. Arusha is een grote stad, met asfaltwegen, hotels, een conferentiecentrum en veel mensen, die je bijna allemaal iets willen verkopen. Dat was wel even wennen.

Ook onze verblijfplaats in Arusha was weer even wennen: het Spiritan House, met stromend water, warm en koud! en westers eten. Wat een luxe ineens! Hier werden we geconfronteerd met weer een ander Afrika, en een van de aspecten van die confrontatie bestond eruit dat er niets geregeld bleek te zijn voor ons verblijf daar. Vanuit Nederland was er wel gemaild en geschreven, maar in Arusha zelf was er verder niets ondernomen. Mariëlle en Frans moesten er dus hard aan trekken om een programma voor ons samen te stellen.

Uiteindelijk zijn we een paar dagen te gast geweest bij de Flying Medical Service en hebben allerlei projecten bezocht (zoals een revalidatiecentrum voor lichamelijk gehandicapte kinderen, een centrum voor verstandelijk gehandicapte kinderen en een opvanghuis voor straatkinderen) en verschillende Masai-dorpen. Al met al behoorlijk indrukwekkend.

Ook zijn we een dag naar de Ngorongoro krater geweest, voor een safari. Heel bijzonder, al die dieren in hun natuurlijke omgeving. En s morgens gewekt worden met de mededeling dat er een olifant in de tuin staat is ook een ervaring op zich.

Veel te snel naar mijn zin waren de vier weken voorbij en was het tijd voor ons afscheidsfeestje in het Spiritan House. Al die aardige mensen die we hadden ontmoet moesten we nu alweer gedag zeggen!

Maar wie weet wat voor vervolg deze reis nog krijgt? Ik geloof dat veel van mijn groepsgenoten (en ik zelf zeker) terug gekomen zijn met een besmetting met het Afrika-virus: de kriebel om weer terug te gaan! Het waren vier fantastische en indrukwekkende weken, waarvan ik mijn verblijf in het gastgezin echt het hoogtepunt vond. Ik raak maar niet uitgepraat over alles wat ik heb meegemaakt en weet zeker dat ik me deze reis nog heel lang zal heugen!
Jantine Ronde

Dagboekfragment: Hanneke Bogers
Wakker worden om 6 uur. Vreemde geluiden buiten. Gestommel van Jantine uit de andere kamer, met wie ik 5 dagen in dit kleine bergdorp zal verblijven. Ik voel me een beetje vreemd en verlaten. Verlaten van de groep en samen met Jantine alleen op een berg. Het is vreemd om niet te weten wat je te wachten staat.
De weg naar Bwambo was al erg enerverend. Met een stap in een jeep zat ik in echt Afrika. Overal donkere mensen om me heen, een jeep zo vol met mensen en spullen, dat ik het me niet voor mogelijk had gehouden dat er in deze auto nog eens twee mensen en twee rugzakken konden.. In combinatie met onverharde wegen met veel kuilen en stenen was het een intiem ritje. In het pikkedonker aangekomen in Bwambo. Doodmoe op mijn bed geploft en het voelt onmenselijk om nu alweer zo vroeg naast mijn bed te staan. Het begin van mijn avontuur in Bwambo
Op straat is het nog niet zo druk met mensen. Nu zie ik dat Bwambo echt op een heuvel gebouwd is. Vanuit het missiehuis kun je prachtig de vallei inkijken en met de zon die net boven de bergen uitkomt, is dit een prachtplaatje. Toch lijkt het alsof ik er niet ben. Ik voel me een bezoeker in dit landschap, een indringer die even komt kijken in dit dorp. Contact met de bewoners is er nog niet geweest.. Ik voel dat ik hiermee worstel. Ik zou graag contact willen maken, maar voorzie een enorme taalbarrière. Dit is ook wat me nu onzeker maakt. Samen met de priester van het missiehuis reizen we af naar de buitengemeentes, waar hij deze zondagmorgen kerkdiensten geeft.
Ik probeer de situatie van bovenaf te bekijken. Een klein blauw huisje met een houten kruisje boven de deur en een rieten dak doet dienst als kerk. De priester doet de dienst voor 14 gelovigen en achterin zitten twee blanken, die nieuwsgierig zijn naar de cultuur alhier.
Achterin de kerk voel ik me af en toe intens betrokken bij de mensen. Het knusse gevoel van deze ruimte zorgt ervoor, dat ik opgenomen word in hun kerkdienst; in hun geloof. Ontroerend om te zien hoe mensen zich hier met hart en ziel geven voor hun geloof. Uit hun houding en gezichtsuitdrukking spreekt betrokkenheid. De mensen zijn goedlachs, wat me ook verbaasd, omdat er genoeg moeilijkheden zijn die de dag grijs en zwaar kunnen maken.
Anderzijds voel ik ook dat ik last heb van mijn witte masker. De dorpsgenoten zijn nieuwsgierig en maar kijken slechts af en toe om. De kinderen daarentegen steken hun nieuwsgierigheid niet onder stoelen of banken. Helemaal omgedraaid staren een heleboel ogen me aan. Je ziet ze denken: Wie zijn dit? Wat doen zij hier? Ik voel me wat ongemakkelijk door alle starende blikken, weet niet goed hoe ik mezelf houding moet geven. Wel komt langzaam het besef, dat contact met de plaatselijke bevolking via kinderen het makkelijkste zal zijn.
Langzaam verandert mijn gevoel van verlatenheid en vreemd zijn. Het maakt plaats voor nieuwsgierigheid en oprechte interesse in de ander. Ik besef dat ik degene ben, die deze dagen in Bwambo kan maken en breken. Ik ben ook degene die er een onvergetelijke ervaring van wil maken en langzaamaan begin ik hier de uitdaging te zien.
En zo komt het dat Jantine en ik op een bankje in Bwambo naar spelende kinderen zitten te kijken. Kinderen die hier water aan het halen zijn voor moeder, kinderen die sjouwen met boodschapjes op het hoofd. Elk kind stopt hier even om met de anderen te spelen met een zelfgemaakte stoffen voetbal, bijeengehouden door wat touw! Onze komst zorgt er echter voor dat het spel niet meer doorgaat.. Weer kijken een vele ogen me aan. Het ene kind schuilt achter de ander. Weer een ander duwt zijn jonger broertje naar voren om wat te verkennen. Op mijn vraag in het Swahili hoe het gaat reageert niemand. Enkelen staan me met open mond aan te staren en ontwijken mijn blikken.
Dit is het moment waarop ik besluit, dat ik de stoute schoenen aan trek. Ik sta op en probeer de kinderen duidelijk te maken dat ik met hen wil voetballen. Even is er verbazing, maar niet lang daarna staan alle kinderen enthousiast mee te doen. Er komen twee ballen in het spel en de kunst is om zoveel mogelijk ballen op de blanke te spelen. Niet lang daarna sta ik temidden van donkere kinderen en zit ik onder het rode stof. Van angst of verlegenheid is geen sprake meer. De blanke blijkt ook een mens te zijn!!
Voor ik er erg in heb, heb ik kennisgemaakt en is er contact. Weer vraag ik me af waarom ik me hier zo druk over heb gemaakt. Hier zie ik dat het vanzelf loopt. Ik voel me een gelukkig mens, met een heleboel kinderen om me heen. De kinderen proberen om me goed Swahili te laten spreken. De oefenblaadjes met Swahili zijn een uitkomst. De kinderen zijn apetrots dat zij kunnen lezen en moeten enorm lachen om mijn gebrekkige uitspraak.. Heerlijk dat kinderen zo eerlijk zijn! Ik voel handjes in mijn nek, handjes om mijn armen en handjes op mijn rug. Handjes plukken aan mijn haar, terwijl een heleboel ogen me toe lachen. Wat een communicatie! Wat een moment van geluk!
In één dag kan een heleboel veranderen en als ik s avonds in mijn bed lig, neem ik me voor dat ik dingen laat komen zoals ze zijn. Alweer is gebleken, dat je druk maken over kleine dingen eigenlijk verspilde energie is. Energie, die je veel beter kan gebruiken in positieve dingen.
De dagen daarna werd het contact met bewoners van Bwambo een stuk makkelijker. Onze vriendin Odilia nam ons overal mee naar toe, naar vrienden, familie en mee naar de kapper. Haar huis voelde na een week een beetje aan als mijn thuis. Als ik ergens gevoeld heb, dat ik meer dan welkom was, dan is het daar geweest.
Thuis zijn in Afrika. Vreemd om dit te voelen. Fijn om erbij te horen, fijn om je begrepen te voelen. De echtheid van de mensen heeft me gegrepen. Hoe deze mens leeft van en met de gebreken van moeder natuur. Hoe een leven een leven is van hard werken, maar gelukkig kunnen zijn met wat er op dat moment voor handen is. Leven in eenvoud
.
En nu met mijn ogen dicht zie ik weer rode stoffige wegen, hoor ik weer kindergelach en kan ik ontroerd raken van elke herinnering
.
Hanneke Bogers
| Lid worden of sponsoren? Klik hier, elke bijdrage is zeer welkom!
Jamani is aan-
gesloten bij:
Met dank aan alle leden van Jamani en:
|